vrijdag 23 augustus 2019

Jan


Ons dorp heeft al een heel lange geschiedenis. De eerste vermeldingen van de dorpsnaam dateren al van in de 10de eeuw, in een akte aan het kapittel van Sint Donaas in Brugge. Van dan af aan stonden we regelmatig in het spreekwoordelijke nieuws. In de 14de eeuw waren de Britten hier, in de 16de eeuw werden we overspoeld door de Geuzen en in de 17de eeuw was het de beurt aan de Spanjaarden. En dan natuurlijk, het grootste drama van al, de Eerste Wereldoorlog, de Groote Oorlog, die de gemeente -en trouwens de hele streek- overhoop haalde...

Laat ik mezelf eerst eens voorstellen. Ik ben Jan, ook bekend als meester Jan, maar de meesten noemen mij Jeanke. We wonen hier vrij dicht bij de Franse grens, en dat hoor je niet alleen in de namen, maar ook in ons dialect. Vandaar dus ook “Jeanke”.
Nogal wat Franse woorden zijn vervlaamst en worden dagdagelijks gebruikt. Zo heten onze wortelen hier ‘karoten’ en eten we hier geen peperkoek, maar ‘pennepisse’, van het Franse pain d’épices.
Ik ben 55 jaar oud en onderwijzer in de plaatselijke school. Zélf heb ik geen kinderen, ik ben zelfs niet getrouwd. Niet dat ik niet wilde, maar het is er nooit van gekomen. De paar relaties die ik heb gehad bleken nooit te lukken. Of ze vond me té goed voor haar (wat een excuus!), of mijn salaris was te laag, of ik was niet katholiek genoeg. Enfin, er was wel altijd iets. En dus heb ik het maar opgegeven en ben ik alleen gaan wonen. In het begin was dat wel moeilijk, zo alleen en met al die vrije tijd, maar ik begon me al snel te engageren in het verenigingsleven van het dorp. Ik bood me aan als trainer bij de voetbal, ik werd lid van het gemeentelijke feestcomité, en ik stichtte een wandelclub. Maar daarnaast had ik ook nog heel veel tijd voor mijn grote passie: de geschiedenis van onze streek. En door die interesse hou ik mij dus ook –en vooral- bezig met het zoeken naar antwoorden op heel wat onbeantwoorde vragen die hier in het dorp stilzwijgend gesteld worden. Onbeantwoorde vragen over ons verleden.

Veel van wat volgt heb ik zelf meegemaakt, maar nog veel meer is ‘van horen zeggen’. En dat maakt het er niet gemakkelijker op. Er wordt hier in het dorp veel in raadsels gesproken, alsof iedereen, en zeker de ouderen, bang zijn dat het verleden hen zal komen halen. Veel van wat geweten is wordt niet uitgesproken, veel van wat wordt verteld is omhuld door een dikke mist. Ik probeer er mijn weg in te vinden, maar het is niet gemakkelijk.
Mijn bijdrage aan dit boek –want dat is het toch, nee?- probeert een zo objectief mogelijk beeld te geven van de gebeurtenissen en hun verbanden. Want die gebeurtenissen, en die verbanden, kunnen een belangrijke rol gaan spelen in het begrijpen van het hele verhaal. Sta mij dus toe zo nu en dan eens tussen te komen, en wat ideeën op te werpen, denkpistes te formuleren of retorische vragen te stellen. Zonder mij te moeien met de essentie van de verhaallijn, natuurlijk.

De Groote Oorlog dus. De streek werd verscheurd door de frontlinie. Aan de ene kant de Duitsers, aan de andere kant de Britten, de Canadezen en de andere geallieerden. Ons dorp lag voor de grootste tijd van de oorlog aan de kant van de Duitsers...


Geen opmerkingen:

Een reactie posten