Ons dorp heeft al een heel lange geschiedenis. De
eerste vermeldingen van de dorpsnaam dateren al van in de 10de eeuw,
in een akte aan het kapittel van Sint Donaas in Brugge. Van dan af aan stonden
we regelmatig in het spreekwoordelijke nieuws. In de 14de eeuw waren
de Britten hier, in de 16de eeuw werden we overspoeld door de Geuzen
en in de 17de eeuw was het de beurt aan de Spanjaarden. En dan
natuurlijk, het grootste drama van al, de Eerste Wereldoorlog, de Groote
Oorlog, die de gemeente -en trouwens de hele streek- overhoop haalde...
Laat ik mezelf eerst eens voorstellen. Ik ben Jan, ook
bekend als meester Jan, maar de meesten noemen mij Jeanke. We wonen hier vrij
dicht bij de Franse grens, en dat hoor je niet alleen in de namen, maar ook in
ons dialect. Vandaar dus ook “Jeanke”.
Nogal wat Franse woorden zijn vervlaamst en worden
dagdagelijks gebruikt. Zo heten onze wortelen hier ‘karoten’ en eten we hier
geen peperkoek, maar ‘pennepisse’, van het Franse pain d’épices.
Ik ben 55 jaar oud en onderwijzer in de plaatselijke
school. Zélf heb ik geen kinderen, ik ben zelfs niet getrouwd. Niet dat ik niet
wilde, maar het is er nooit van gekomen. De paar relaties die ik heb gehad
bleken nooit te lukken. Of ze vond me té goed voor haar (wat een excuus!), of
mijn salaris was te laag, of ik was niet katholiek genoeg. Enfin, er was wel
altijd iets. En dus heb ik het maar opgegeven en ben ik alleen gaan wonen. In
het begin was dat wel moeilijk, zo alleen en met al die vrije tijd, maar ik
begon me al snel te engageren in het verenigingsleven van het dorp. Ik bood me
aan als trainer bij de voetbal, ik werd lid van het gemeentelijke feestcomité,
en ik stichtte een wandelclub. Maar daarnaast had ik ook nog heel veel tijd
voor mijn grote passie: de geschiedenis van onze streek. En door die interesse
hou ik mij dus ook –en vooral- bezig met het zoeken naar antwoorden op heel wat
onbeantwoorde vragen die hier in het dorp stilzwijgend gesteld worden.
Onbeantwoorde vragen over ons verleden.
Veel van wat volgt heb ik zelf meegemaakt, maar nog
veel meer is ‘van horen zeggen’. En dat maakt het er niet gemakkelijker op. Er
wordt hier in het dorp veel in raadsels gesproken, alsof iedereen, en zeker de
ouderen, bang zijn dat het verleden hen zal komen halen. Veel van wat geweten
is wordt niet uitgesproken, veel van wat wordt verteld is omhuld door een dikke
mist. Ik probeer er mijn weg in te vinden, maar het is niet gemakkelijk.
Mijn bijdrage aan dit boek –want dat is het toch,
nee?- probeert een zo objectief mogelijk beeld te geven van de gebeurtenissen
en hun verbanden. Want die gebeurtenissen, en die verbanden, kunnen een
belangrijke rol gaan spelen in het begrijpen van het hele verhaal. Sta mij dus
toe zo nu en dan eens tussen te komen, en wat ideeën op te werpen, denkpistes
te formuleren of retorische vragen te stellen. Zonder mij te moeien met de
essentie van de verhaallijn, natuurlijk.
De Groote Oorlog dus. De streek werd verscheurd door
de frontlinie. Aan de ene kant de Duitsers, aan de andere kant de Britten, de
Canadezen en de andere geallieerden. Ons dorp lag voor de grootste tijd van de
oorlog aan de kant van de Duitsers...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten